Wat mij het meest verdriet deed vroeg ze, het gemis of medelijden? Het besef van het gemis is wat mij het meeste raakt, dit gemis zit diep, heel diep, niet alleen bij mij, zo merkte ik gisteren op. Ook bij Marc-Marie en Jelle zit het gemis van hun moeder nog erg diep, het onderwerp komt ter sprake en beide heren zitten opeens vol emotie. Het medelijden, gevoel van de onmacht, het onrecht van ‘te vroeg’ heen gaan, dat zijn gevoelens en gedachten die daaruit voortvloeien. Het pijnpunt zit hem in het feit dat de moeder binnen het gezin de emotionele steunpilaar is, moeder zorgt, moeder troost. Wie zorgt en troost als zij er niet meer is? Ik zag mijn vader voor het eerst huilen toen zijn moeder was overleden, op een respectabele leeftijd, ik probeerde me toen al voor te stellen hoe het zou voelen als ik zelf ooit mijn moeder zou verliezen, onwetend dat dit sneller zou gebeuren dan ik toen voor mogelijk hield, ‘dat zal me best veel verdriet doen’ dacht ik, wat ‘best veel’ werkelijk inhield, daar ben ik nu intussen achter, dat is meer dan dat ik toen kon bevatten. Het is een litteken, voor altijd, gevoelig voor elke aanraking. Het gemis bij de mooie herinnering, bij alles wat we mee maken, bij alles wat nog komen gaat. Alles waar zij bij was, is en had kunnen zijn.
OV Chip ellende
Nu wilde ik hier wat schrijven over de ov chipkaart, de aanvaring die ik laatst had met de conducteur op het station, dat ik oprecht niet wist hoe het kwam dat ik mijn ov chip vol met geld had gezet en ik nog steeds niet kon incheck, hij bleef zichzelf maar herhalen: ‘of u reist niet mee of u betaald bij mij nog eens 35 euro extra’ en ik maar vragen, hoe komt het dan dat ik niet kan inchecken? Ik reis pas voor het eerst met de kaart in de trein? Tot ik het gehad had en tegen hem begon te schreeuwen, toen ik was uitgeraasd riep ik hem na: ‘u kunt er ook niets aan doen, niks persoonlijks’. Maar dat kon hij wel, het was zijn incompetentie om duidelijk uit te leggen hoe het werkt met de chipkaart in de trein, dat dat namelijk anders is dan bij de bus. Ook zijn incompetentie om niet in te zien dat het herhalen van zijn mantra ’35 euro bijbetalen’ mij niet verder hielp en alleen maar bozer maakte. De man bij de info balie wist me iets beter te helpen, maar ondertussen had ik al wel mijn trein gemist. Nu wil ik, als ik met de trein ergens heen ga, meestal ook weer terug naar huis, dat vind ik gewoon prettig. De NS vind dat ik minstens 20 euro op mijn chipkaart moet hebben om te kunnen reizen met de trein, dat wist ik al wel, dus had ik gezorgd dat er 20 euro op stond. Na de eerste trein door het gesteggel gemist te hebben, kon ik bij de volgende zonder probleem inchecken. Na een gezellige avond was het weer tijd om naar huis te gaan, nu had ik al gereisd met de trein en was het saldo op mijn kaart onder de 20 euro gekomen, ik moest dus weer bijpinnen. al met al heeft die reis me naast een hoop geduld ook nog eens 30 euro gekost, voor een reis van twee keer zeven euro, dat is dus bijna het dubbele en dan heb ik de aanschafkosten van de kaart van 7,50 euro nog niet eens meegerekend. Een reis van 14 euro kost me bij de NS gewoon even 37,50 euro. Ik had daarmee net zo goed eerste klas kunnen reizen. Ik ben nu dus permanent 20 euro kwijt, die staat op mijn ov chipkaart, of beter gezegd op de rekening van de ovchip beheerders, dat geld niet alleen voor mij maar dus voor alle reizigers in Nederland. Ik wil mijn 20 euro terug, ik wil de vriendelijke competente conducteurs terug, ik wil de gewone kaartjes terug, of maak dan de chipkaart zo, dat ik een kaartje ‘erop’ kan zetten, dat ik niet bij het activeren van mijn kaart vast zit aan een klasse keuze, wat als ik de volgende keer met de trein ga dan toch maar voor 1e klas ga? omdat ik toch al 20 euro kwijt ben om uberhaupt mee te mogen reizen? Had er niet iemand even beter na kunnen denken over die kaart? Iemand die weet wat het is om te reizen met het ov? Iemand die met beide benen in de maatschappij staat? Wat sowieso het grote probleem is met de huidige politiek, er is totaal geen binding meer met de maatschappij. Stelletje incompetente prutsers zijn het! Allemaal!
Diep en geborgen
Heel lang was het weg. Zat het diep, diep verborgen. Heel diep. Donker en geborgen, op een plek waar niets het kon storen. Geen licht. Geen geluid. Geen beweging. Geen aanraking. Niets. Veilig. Diep. Plots lag het daar. Uitgerekend vandaag. Naar boven gekomen. Ongemerkt. Nog ongestoord sliep het verder als een eekhoorn die tijdens zijn winterslaap uit zijn nest is gerold. Slapend maar ongeborgen. Open en bloot aan alle prikkels die het wakker zouden kunnen maken, het laten opspringen, laten rennen, kruipen, klimmen. Alle kanten op. Het was een kwestie van tijd eer het zou ontwaken. Ontwaken door de geringste prikkel, een zuchtje wind, een klein geluid, een trilling, zelfs een gedachte. Hoe lang nog? Hoe lang kan ik het nog beschermen, sussen. Voordat het wegschiet en zich niet meer laat vangen, met me speelt, me uitdaagd, tot het zelf weer kiest om terug te keren. Ik voel het bewegen. Sussen heeft geen zin meer. Het is aan het ontwaken en het laat zich nu niet meer terugstoppen. Ik laat het gaan. Erachteraan rennen heeft geen zin, het laat zich niet vangen. Dat weet het zelf ook, evengoed dat ik weet dat het bij me zal blijven, me uit zal dagen, me proberen te raken zonder gevangen te willen worden. Ik laat het gaan. Uitrazen. Tot het weer zijn plekje zoekt. Diep en geborgen. Waar alles weer tot rust komt.
de meute
De mens is sensatiebelust. Vooral ongelukken trekken de aandacht, liefst zo gruwelijk mogelijk, iemand dood zien gaan. De welbekende kijkersfile. De Omstanders die apathisch toe staan te kijken. TV-shows vol filmpjes waar mensen verongelukken. Het is een eeuwenoud fenomeen. Schrijver Ray Bradbury heeft er ooit een mooi kort verhaal over geschreven,’the Crowd’, waar het de hoofdpersoon ook opvalt hoe snel er een groep mensen rond een verongelukte komt te staan, te snel haast. Bij verdere inspectie blijkt zelfs dat het altijd dezelfde mensen zijn, door de eeuwen heen zelfs. Er is zelfs een film die dit concept zelfs verder heeft getrokken en de personen rond de verongelukte terugherleid naar het sterven van jezus, de naam is me even ontschoten. Wat is het dat de mens aantrekt in het leed van een ander? Is het gewoon simpelweg het goede gevoel van ‘gelukkig dat ik het niet was’? Menselijk gedrag is niet meer dan het vervullen van de primaire behoeftes, hierin laat de mens zich behoorlijk van zijn lelijke kant zien.
Ruimte en tijd
De banner voor [url=http://www.aboutblank.nl/]about:blank[/url] is af. Al een paar dagen. De deadline heb ik ruim op tijd gehaald. Ruim in de zin dat ik niet tot diep in de nacht heb door moeten werken of zelfs een dag respijt heb moeten vragen. Het had nog ruimer gekund, zeker gezien de tijd die ik er voor nodig had, vier keer een avondje waarvan alleen de laatste twee redelijk wat inspanning kostten. Het idee en de eerste schets warens zo gemaakt, de opzet in potlood, de eerst invulling op de computer en een begin met inkleuren en als laatste de puntjes op de i. Nu vind ik het leuk om te doen, ook als ik door moet halen, maar heb nu wel gemerkt dat het nog leuker is als het allemaal gewoon op tijd af is. Dat alles hangt af van het willen maken van tijd. In je hoofd de ruimte kunnen maken, af kunnen stappen van vastgeroeste gewoontes en je over een drempel heen helpen. Een drempel die je jezelf op legt. Na een dag hard werken en volop druk en drukte. ‘s-Ochtends het gezin opstarten, hond uitlaten, kinderen achter hun broek aanzitten, ontbijt en lunch klaarmaken, naar school toe, naar je werk, op je werk een overvolle agenda, de kinderen weer ophalen, de hond nog eens uitlaten, eten klaarmaken, de kinderen weer naar bed. Dan heb je ‘het’ gehad. Dan zit je even. En nog eens even, tot de hond gaat zeuren en nog een keer naar buiten moet en je naar bed toe gaat. Maar wat heb je dan gehad? En hoe los je dat op door even te zitten? En dan nog eens even te zitten? Waarom wordt de hond gezeur toegedicht, terwijl deze gewoon haar behoeftes kenbaar maakt? Door jezelf te focussen op het gevoel van ‘het gehad hebben’ werp je een negatieve drempel op die met alles wat zich voordoet enkel nog hoger wordt waardoor het nemen van die drempel je enkel nog meer energie kost. Als je je focus legt op de positieve dingen en daar ook al je tijd en energie in steekt, dan merk je gelijk hoeveel tijd je voorheen verspilde. Hoeveel negativiteit je in je kop had zitten. Hoe erg je jezelf wel niet aan het tegenwerken was. Tijd maken is een keuze. Zo heb ik vanavond tijd gemaakt voor een bas-versterker, deze moet ik herbekleden omdat hij onder het purschuim zit. Vanavond heb ik alles losgeschroefd en de tolex-bekleding eraf gehaald. Ik wacht nog op de nieuwe bekleding uit duitsland, als die binnen is heb ik weer een avondje of twee werk met het opnieuw bekleden.Het geeft een goed gevoel als ik zoiets gedaan heb. Mijn eigen versterker heb ik ook opnieuw bekleed en herverbouwd: [url=http://comic.kurai.nl/wp-content/uploads/2010/11/na.jpg]klik[/url] Ik maak ook iedere avond tijd om wat te lezen, dat inspireert me en ik slaap er goed van. Het is nog niet zo lang dat ik de wil heb gevonden om tijd te maken. Ik had het ‘s avonds wel gehad en verspilde mijn tijd zonder daar erg in te hebben. Het is met de burnout gekomen dat ik me bewuster ben geworden van hoe ik mijn dag indeel en dat een groot deel daarvan verloren tijd is. Eeuwig zonde. Niet alleen verloren tijd maar ook nog eens extra vermoeiend voor lijf en leden. Terwijl het zo makkelijk is om jezelf goed op te laden met positieve energie aan het eind van de dag.
Ik ben zo blij
Een goede vraag, “waar ben je blij mee wat je al hebt?” Ik ben met een hoop dingen blij, alle mooie herinneringen aan mijn jeugd, de buurt waar ik woonde, de buurkinderen waarmee ik speelde op het grasveldje voor, in de herfst vol bladeren, in de winter sneeuwforten bouwen, in de lente en zomer voetballen, tikkertje, verstoppertje. Ik ben blij met mijn gezin zoals het is en gaat, mijn dochters die ik op zie groeien als verstandige dames, de liefde die ze geven en krijgen. Ik ben blij met mijn muziek en muzikale opvoeding, dat ik mijn gitaar kan pakken en muziek kan maken, dat mij dat is meegegeven. Ik ben blij dat ik woon en werk in dezelfde stad, dat de kinderen daar ook naar school gaan. Ik ben blij met een hoop van dat wat ik heb. En u? waar bent u blij mee van wat u al heeft?
I’m only happy when it rains
“je moet je dan wel erg eenzaam voelen” Had ze gezegd. Die zin speelde nu steeds weer door mijn hoofd. Zo had ik het nog niet eens bekeken. Eenzaam en alleen. Ik reef weg op de fiets, een frisse wind kondigde een bui aan. Onderweg stopte ik even, voor een bakje troost, in mijn geval geen koffie maar een milkshake, ijskoud, op dit soort momenten heb ik altijd de behoefte aan milkshakes, waarschijnlijk om door bevriezing mijn gedachten te verdoven. Ik fietste door, de druppels kwamen, het zag er naar uit dat het niet echt zou doorzetten, toch zag ik links en rechts mensen bezig met regenpakken. Ik liet de regen op mijn gezicht vallen, keek omhoog, zoals Ramses ons altijd aanmoedigde, ‘want dan wordt je lekker nat’. En ik genoot even van het moment, fietsend, de wind en de regen, eenzaam en alleen, maar zonder de hoop op geluk te verliezen, de regen te verwelkomen, na regen komt weer zonneschijn dus laat me nog even genieten.
dubbel
Grijze massa
Ik zet mijn knipperlicht aan en neem de afslag, ik laat de auto uitrollen tot aan het stoplicht, de snelheid en het momentum die op de snelweg zijn opgebouwd volledig benutten om zo brandstof te besparen. Deze auto rijdt een stuk minder zuinig dan de vorige, dit is een automaat, de vorige was handgeschakeld, als het nodig was reed ik de stukken in de woonwijk enkel op de koppeling, bij een automaat is dat niet te doen. Ook de schakelmomenten liggen altijd net verkeerd, soms weigert deze helemaal te schakelen op momenten dat het toch echt nodig is, het ding trekt dan niet op of blijft blazen. Het verkeerslicht gaat op groen en ik rij de stad in. De huizen hier staan opgesteld als een overslag van zeecontainers. Rij na rij blokken met woningen, de kleine achtertuinen aan het zicht onttrokken door smoezelige schuttingen, het weinige groen tussen de huizen komt niet verder dan kniehoogte. De ‘architect’ zat schijnbaar in een depressie, had een voorliefde voor zwart wit films of kwam net terug uit het voormalige Oostblok, gezien de keuze voor de grauwe, grijze baksteen en donkergrijze dakpannen. Wonen in zo’n wijk kan niet anders dan deprimerend zijn, hoe goed je je best ook doet in het wijkcommitee, koppen koffie drinkt op burendag, hoe gezellig je je huis ook inricht, de aanblik van al dat grijs slokt alle vreugde op. De sportzaal ligt niet ver in de wijk. De weg die ik volg is het verharde residu van de grijze brij die over de wijk is uitgestort. Bij de sportzaal ligt een parkeerplaats, deze wordt door de meeste van ons gemeden, de enkeling die het wel waagt zijn auto op de parkeerplaats te zetten moet het regelmatig bekopen met een kapotte ruit. Het zijn geen junks of anderzinds dieven. Enkel de ruit wordt ingetikt. Als je al in zo’n deprimerende wijk woont is het versplinteren van een autoruit een welkome afwisseling, een begrijpelijke daad, hoe vervelend ook. De weerspiegeling van de wijk in de autoruit barst uiteen, in een explosie van stukken glas, de vreugde die het grote grijze monster heeft opgeslokt komt zo weer een even terug. Dit genot zal ook wel opgeroepen worden door het omgooien van de vuilcontainers, het afval dat zo de straat bevuild brengt weer wat kleur in de wijk. Deze vreugde is maar van korte duur. De parkeerplaats ziet er met het versplinterde glas en de auto zonder ruit nog troostelozer uit dan daarvoor. De rotzooi op straat stinkt en valt weg tegen de grijze achtergrond die deze wijk is.
Rare snuiters
Mijn dochters keken er naar uit, met papa naar de show, ze hadden hem zelf al gezien. Ik heb weinig op met dit soort shows en paarden in het algemeen, ik let meer op de beperkingen die de opzet van de show met zich mee brengt dan de oplossingen die ze gevonden hebben. De voltige die ze ten toon spreiden was erg beperkt, de gevechts scenario’s en het hanteren van de wapens waren op het knullige af. Allerlei handelingen met betrekking tot subplots in het verhaal zelf waren me niet geheel duidelijk, de getemde raven, die hadden een duidelijke rol, de uil die kwam binnen vliegen kon ik niet plaatsen. Toch was ik onder de indruk van het vijfkoppige monster dat ze uit de grond wisten te toveren. Wat weer jammer was is dat het verslaan van het beest zich uitte in het langzaam laten zakken van de koppen en sluiten van de ogen, geen explosies, afvliegende ledematen of anderzinds iets van spektakel. Ik ben niet snel tevreden te stellen met zo’n show, teveel vanalles en alles net niet, dan kan ook niet. En vogelshow, en paardenshow, en wapenshow, en acteren, en special effects. In een film wissel je de acteur af met een stunt dubbel, als een vogel de eerste keer niet goed vliegt, neem je het een paar keer meer op tot je het juiste beeld hebt. Bij een vogelshow, train je de vogels, je past je show aan gelang de vogels zich gedragen. Bij een paarden dressuur train je je het ongans met het paard. Bij zoveel disciplines tegelijk ben je beperkt. Het verhaal zelf was te complex om zo vereenvoudigd te vertellen, teveel overbodige handelingen en elementen, het is dat ze thuis het boek voorgelezen krijgen, wat mij betreft had het allemaal wel simpeler gemogen, minder gekunsteld. Het was een mooie dag, en de volgende keer, dan zit ik daar weer bij de show.