Ik schrijf 300 woorden per dag, ongeveer een bladzijde vol, ik heb geen deadline, dus pin me er niet op vast. Het wordt een boek, vooral voor mezelf, voor mijn familie en wie weet voor wie er nog meer in geinteresseerd zijn. Naast het schrijven aan het boek wil ook nog gesprekken voeren, met mijn familie, bekenenden. Het verhaal betreft mijn moeder, deels haar vader De impact die het op ons leven heeft gehad. Niet concreet maar verwoven in fictie. Als u een boek zou schrijven, waar zou het over gaan?
Daar waar we naar toe gaan
De trein zou pas over een uur vertrekken. Ik en Murakami liepen door de stationshal naar buiten. De stad in. Het was al laat en Murakai beklaagde zich dat er in deze stad niets te beleven viel. Alles was dicht. ‘Waar we naar toe gaan’, zei hij betekenisvol, ‘daar is alles ook midden in de nacht nog open.’ Hier was niet zomaar alles dicht, het zat hier potdicht, met stalen rolgordijnen die de donkere straten een nog grauwere indruk gaven. Het was troosteloos. We liepen terug langs de gesloten winkels. Een kledingzaak, prullaria, de bloemist. De bloemist daar waar we naar toe gingen woonde boven de winkel zelf, opdat een echtgenoot midden in de nacht nog aan zou kunnen kloppen om een schitterend boeket te kunnen kopen om zicht te verontschuldigen naar zijn vrouw. Een hopeloos verliefde jongeman nog een bos rozen voor zijn liefje kon halen. Alles stond nog netjes ge
Montag
Het was een genoegen te verbranden. Een waar genoegen te zien hoe dingen werden opgegeten door de vlammen. De taal verarmd. Alles is aan het verworden tot sound bytes. Woorden verdwijnen. Volzinnen zijn in de huidige maatschappij, vol likes, tweets, sms’jes en whats ‘apps, verworden tot een zeldzaamheid, een rariteit vooral, daar waar we ons inzetten tot het behoud van zeldzaamheden als de reuzenpanda, hoeft de volzin niet te rekenen op intenationale steun. Iedereen springt in op de beperkende communicatie middelen. We laten ons opleggen wat we ergens van mogen vinden. ‘Vind ik leuk’ is redelijk beperkt als uitdrukking. Het zijn loze zaken, zoals de kerstkaart zonder persoonlijke groet, voorbedrukt en enkel voorzien van de naam. Het is zoals een mail die gemakshalve maar naar iedereen gestuurd wordt, handig voor mededelingen, maar onpersoonlijk. We zijn gewend om alles in kleinde hapklare brokken te nuttigen. Zijn we, of de generaties die gaan volgen nog wel in staat om een heel boek te kunnen lezen. Zullen er ooit, net zoals in Farenheit 451, door mannen als Montag, boeken worden verbrand. We zijn al hard op weg naar die wereld. Een wereld waar de kiezer gerust wordt gesteld door harder te mogen rijden, de telvisie steeds muurvullender wordt, ik liep laats met de hond door de straat en kon aan de overkant de ondertitels prima meelezen, woorden verdwijnen, linkse hobbies als literatuur als onzinnig worden afgedaan. Welk boek ligt er op uw nachtkastje?
Contradictie
Ik lach. Doe vrolijk mee. Ik maak grapjes. Ik zie het leven zonnig in. Ik help graag een ander. Ben oplettend, draag oplossingen aan, weet een ander net even verder te krijgen. ‘Nee, ik heb geen probleem, ik heb alles gefixed’ Maar het is maar een masker. Een facade om te verhullen dat ik het niet meer weet. Ik heb een probleem, maar ik weet niet hoe ik het moet fixen. Ik kan mezelf niet helpen. Ik kan me moeilijk concentreren, kan geen oplossingen vinden, weet mezelf niet verder te krijgen. Ik ben droevig. Houd me afzijdig. Ik ben stil. Ik zie een storm op komst.
Altijd en Waarom
Waarom, als je de trein net mist, heeft de volgende altijd weer vertraging zodat je nog eens extra lang kan wachten? Waarom breekt de ketting van je fiets altijd ergens midden in de polder? Waarom is de printer altijd leeg net voordat de laatste bladzijde geprint moet worden? Waarom heeft de hond altijd de vuilnisbak door de keuken verspreid als je haast hebt? Waarom gaan waarom en altijd zo vaak samen? Omdat we graag overdrijven om onze verbazing kracht bij te zetten, altijd is natuurlijk altijd schielijk overdreven gesteld, het gebeurt ook vaak genoeg op een andere manier, die ons minder tegenstaat, die ons ongemerkt voorbij gaat, de keer dat het ons wel opvalt, ons kwelt, ons irriteert, dat is de keer die bij blijft, de ene keer die ‘altijd’ bij ons opkomt als we er aan denken.
Laster campagnes
Op het werk kom ik het wel eens tegen. Laster campagnes op internet. Een moeilijke zaak. Ik ga nu ook geen namen noemen, dat is niet kies.
Een klant van ons ziet op internet een flink aantal negatieve comments en reviews. Op het eerste gezicht lijkt het op een boze klant, maar zoveel boze klanten? En die ook nog eens weten te melden dat ze bij de (steeds dezelfde)concurent beter af waren? Dat spoort niet. Terugkoppeling van de beheerders van de site welke de laster bevatte wees ook uit dat deze comments van hetzelfde ip adres afkomstig waren. Naast dat het puur laster is om de eigen handel in een positiever daglicht te krijgen was het ook nog eens in strijd met de algemene voorwaarden van de site. Personeel en eigenaar werden met naam en toenaam genoemd, geschillen werden breed uitgemeten. Dat doe je dan maar bij de Consumentenbond of Radar.
Maar het zijn dus geen boze klanten. Het is de concurent die erg veel tijd steekt in verzonnen personages en hun uit lucht bestaande problemen. Er is zelfs nagedacht over SEO links in de comments, deze verwijzen allen naar de site van onze klant. Zodat dit door zoekmachines beter wordt geïndexeerd. Hoe ver ben je dan gezakt? Hoe slecht gaan de zaken van de concurent dat je de tijd hebt en neemt om internet vol te spuien met verzinsels om op die manier klanten proberen binnen te halen? Of is het het wizkid-zoontje van de concurent die dit wel eventjes doet?
Het blijft raar. Voor mij in ieder geval, iemand zwart maken omdat je er persoonlijk baat bij hebt. Maar dat is misschien mijn persoonlijkheid.
Familie
Mijn neven en nichten zag ik vroeger zeer regelmatig. Op verjaardagen, feestdagen er werd ook regelmatig over en weer gelogeerd. Later verwaterde dit contact. Tot kaartjes met kerst, geboortes. Via de sociale netwerken komt er af en toe wat voorbij. Nu had een van de nichtjes geopperd een avondje te organiseren. Zo gezegd zo gedaan. Een datum geprikt. De meesten heb ik nu echt al een flink aantal jaren niet meer gezien. Ik vind het altijd weer heel bijzonder hoe hecht en eigenlijk heel vanzelfsprekend zo’n familie band blijkt te zijn.
En toen
Ik zou thuiswerken. De woningbouw had namelijk besloten dat we maar een dagje vrij moesten nemen voor het vervangen van de cv-ketel. Zoveel dagjes vrij heb ik niet, dus was thuiswerken een aardig alternatief. Ik zette me aan tafel, laptop voor mijn neus. Alles netjes voorbereid, de juiste bestanden opgehaald, alle benodigde vensters open. De juiste inloggegevens op een rij.
Ik wist wat ik moest doen. Vol goede moed begon ik aan het werk. Toch kwam ik geen stap verder. Ik zag niet meer waar ik wat moest doen. Ik kon geen logica meer brengen in mijn werkzaamheden. Wat toch eigenlijk de essentie is van mijn werk. De logica ergens in brengen. Structuur aanleggen. Alle puzzelstukjes op de juiste plek leggen. Maar alle stukjes leken op elkaar en hoe ik ook paste en mat, niets leek goed te gaan. De verbanden waren weg. Zo heb ik nog even aangemodderd. Mezelf proberen op te peppen: 'Stel je niet zo aan, je kan het makkelijk'. Tussendoor nog wat andere werkzaamheden afgerond die minder logica vereisten. Was het soms teveel ineens? Dus nog geprobeerd alles op te breken in kleinere stappen. Maar hoe kleiner de stappen, hoe groter de chaos. Ik werd emotioneel. Hoe harder ik het probeerde hoe verder de structuur in mijn hoofd uiteen viel.
Mijn hoofd had kortsluiting.
Mijn werkgever gebeld, gevraagd of hij langs kon komen. Proberen te achterhalen waar de kortsluiting vandaan kwam. Had ik het wel naar mijn zin op mijn werk, was er thuis iets? Er is zoveel. Het is druk, zowel in werk als privé. Emotioneel is er ook een hoop gebeurd, een hoop weer naar boven gekomen. Ik ben er nog steeds niet uit wat er toen gebeurde of waarom. Of hoe ik het kan voorkomen. Ik ben goed in mijn werk, heb genoeg ervaring en bagage, kan het goed vinden met mijn collega's, heb genoeg ontspanning, ik sport, fiets iedere dag met de kinderen naar school en werk, wandel met de hond, speel in een bandje.
Dat het toen gebeurde kan ik wel verklaren. Thuis is er minder druk om te presteren, geen baas, geen collega's, geen afleiding, alleen het werk. Daarom manifesteerde het zich zo extreem, er waren geen remmen, niet nodig, ik was alleen. Op het werk valt het makkelijker te verbloemen, ga je er ongemerkt omheen werken, leg je meer aandacht bij andere zaken, houd je je bezig met je collega's. Je houd jezelf voor dat je niet veel verder komt omdat er teveel zaken tussendoor komen.
Ik mocht(of eerder moest) de hele week thuisblijven, even rustig aan. Langzaam daarna weer begonnen, maar toch spookt het nog door mijn hoofd. Bang dat het terugkomt. Dat het stiekem nog niet over is. Dat als het weer komt het nog harder zal toeslaan.
Zingen
Ik zing vals. Niet heel erg, maar ik mis vaak een noot, ben niet wat je noemt toonvast. Ik zing ook saai, eentoning. Toch zing ik graag, het liefst met mijn gitaar erbij, dan valt het valse en eentonige minder op(in mijn eigen hoofd in ieder geval). Veel mensen zingen in de douche, zo gaat het stereotype. Zelf ben ik daar niet van, onder de douche ben ik in gedachten. Ondanks de vreemde blikken van collega's zing ik wel eens op mijn werk, met de radio mee, liedjes die ik leuk vind. In de auto onderweg, als ik de hond uitlaat. Naast dat ik niet zo toonvast ben, vergeet ik vaak ook de tekst van een liedje, dan wil ik wel meezingen, maar zing ik de verkeerde woorden of brabbel er maar wat bij.
Ik schrijf graag, op dit weblog maar zo ook liedjes, die zing ik dan, begeleid door mijn gitaar.
Mijn dochters zingen ook graag, de een heeft mijn talent, de ander zingt verassend toonvast en helder, zeker voor haar leeftijd.
Gister op radio 4 naar gezang geluisterd, vrome kerkzang, erg mooi ook. Heel toonvast en zeker niet saai om naar te luisteren.
En u? Waar en wat zingt u graag?
Uistellen
Naast bloggen maakt ondergetekende ook strips. Anders dan het bloggen is het tekenen vaak minder vrijblijvend, geen verplichting, maar vaak wel toegezegd, niet uit eigen beweging. Vier keer per jaar teken ik een strip. Vier keer, dat is niet echt veel. Toch zit ik steeds weer een week voor de deadline met potlood en papier te zwoegen. Ideeën genoeg. Die komen en gaan, worden genoteerd, snel gekriebelschetst. Het uitwerken ervan stel ik altijd uit. Soms tot in de late uurtjes nog de laatste lijntjes trekken, inkleuren.
Ik houd mezelf altijd maar voor dat ik beter presteer onder druk. Ergens is dat heel natuurlijk. Je bewaart je energie tot je het echt nodig hebt, op het moment dat je moet presteren zorgt de stress voor een verhoogde staat van concentratie. Ik moet dan sneller werken, teken vlotter en daardoor spontaner. Daarnaast ben ik nooit tevreden met het eind resultaat. Als ik op tijd begin, dan laat ik het niet meer los, blijf ik doorgaan en het resultaat wordt er haast nooit beter op. Het gevolg is vaak hetzelfde, tot vlak voor de deadline, tot midden in de nacht doorwerken.
Er is een experiment, waarbij kleuters de keuze krijgen, of nu één snoepje, of over een uur twee snoepjes. er is een duidelijke scheiding tussen kinderen die kiezen voor nu of later. Ook in hun volwassen leven zullen ze hun keuzes en planning op die manier bepalen. Nu was ik
Presteert u beter onder druk? Plant u zaken beter? Zou u nu het ene snoepje kiezen of over een uur twee?