Diep en geborgen

Heel lang was het weg. Zat het diep, diep verborgen. Heel diep. Donker en geborgen, op een plek waar niets het kon storen. Geen licht. Geen geluid. Geen beweging. Geen aanraking. Niets. Veilig. Diep. Plots lag het daar. Uitgerekend vandaag. Naar boven gekomen. Ongemerkt. Nog ongestoord sliep het verder als een eekhoorn die tijdens zijn winterslaap uit zijn nest is gerold. Slapend maar ongeborgen. Open en bloot aan alle prikkels die het wakker zouden kunnen maken, het laten opspringen, laten rennen, kruipen, klimmen. Alle kanten op. Het was een kwestie van tijd eer het zou ontwaken. Ontwaken door de geringste prikkel, een zuchtje wind, een klein geluid, een trilling, zelfs een gedachte. Hoe lang nog? Hoe lang kan ik het nog beschermen, sussen. Voordat het wegschiet en zich niet meer laat vangen, met me speelt, me uitdaagd, tot het zelf weer kiest om terug te keren. Ik voel het bewegen. Sussen heeft geen zin meer. Het is aan het ontwaken en het laat zich nu niet meer terugstoppen. Ik laat het gaan. Erachteraan rennen heeft geen zin, het laat zich niet vangen. Dat weet het zelf ook, evengoed dat ik weet dat het bij me zal blijven, me uit zal dagen, me proberen te raken zonder gevangen te willen worden. Ik laat het gaan. Uitrazen. Tot het weer zijn plekje zoekt. Diep en geborgen. Waar alles weer tot rust komt.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *