Daar waar we naar toe gaan

De trein zou pas over een uur vertrekken. Ik en Murakami liepen door de stationshal naar buiten. De stad in. Het was al laat en Murakai beklaagde zich dat er in deze stad niets te beleven viel. Alles was dicht. ‘Waar we naar toe gaan’, zei hij betekenisvol, ‘daar is alles ook midden in de nacht nog open.’ Hier was niet zomaar alles dicht, het zat hier potdicht, met stalen rolgordijnen die de donkere straten een nog grauwere indruk gaven. Het was troosteloos. We liepen terug langs de gesloten winkels. Een kledingzaak, prullaria, de bloemist. De bloemist daar waar we naar toe gingen woonde boven de winkel zelf, opdat een echtgenoot midden in de nacht nog aan zou kunnen kloppen om een schitterend boeket te kunnen kopen om zicht te verontschuldigen naar zijn vrouw. Een hopeloos verliefde jongeman nog een bos rozen voor zijn liefje kon halen. Alles stond nog netjes ge

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *