Nog voor het begon

Met alle rust in het vooruitzicht komt het beest op adem. Zijn lijf zet uit, zakt weer in, in een steeds lager tempo. Uit. In. Alle spanning opgebouwd van de tocht hier naartoe vallen van hem af. Uit. In. De gedachten die hem onderweg op de been hielden, vooruit dreven passeren voor de laatste maal nog eens door zijn hoofd. Uit. Het waren er veel. In. Heel veel. Uit. Nu het beest daar lag besefte het dat zijn leven tot nu toe uit niets anders had bestaan dan zijn constante beweging. Zijn constante stroom aan gedachten. In het begin was er amper beweging. Waren er amper gedachten. Minder dan amper. Het was leeg. Helemaal leeg. Geen gedachten. Het was stil. Helemaal stil. Geen beweging. Tot er een klein beetje, heel ver, ergens diep binnen in, begon te gloeien. Nog geen gedachte, nog geen beweging. Een behoefte. Heel klein. Een behoefte die het beest zou brengen waar het nu was. Diep binnenin gloeide iets wat hem een gevoel van richting gaf. Alles was daarvoor nog richtingsloos geweest. Er was ook niets wat richting nut zou geven. Geen verschil, alles was niets en het niets alles omvattend. Dat kleine beetje gevoel daar diep binnenin had plotsklaps alles opeens veranderd, veranderd van niets naar iets.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *