Een tijdje terug reed ik een fietser dood

Dood is wat overdreven. Dood geschrokken op zijn minst. Op de fiets een andere fietser doodrijden moet wel heel erg veel meer tactiek vereisen, meer training.. Trefzeker was het wel. Goed raak en perfect in balans. Ik in ieder geval. Hij niet, zijn balans was ver te zoeken. De koude lucht had me al extra wakker gemaakt. De vrieskou prikte in mijn neus. Koude lucht is compacter. Steviger. Meer lucht in de longen is meer zuurstof in je bloed. Gedachten worden helderder. De concentratie groter. Het bewustzijn groter. Dat bewustzijn waarschuwde me al ruim tevoren. Had ze al in mijn vizier. Wist al dat we op een kritiek punt zouden passeren. Een punt met een duidelijke ongeschreven logica. Twee doorgangen, twee richtingen, de een voor de een, de ander voor de ander. Een logica die, zo schatte ik bij de tegemoet komende fietsers niet zo logisch was. Wat de logica wel was kon ik niet bevatten. Ik was misschien wat allerter, had ze al ruim tevoren gezien, geanaliseerd, conclusies getrokken, mijn lichaam en geest waren al meer dan bereid op wat er komen ging. Voor mij geen verassingen. Ik had mijn blik op oneindig, nam alles in me op. Een aantal keer schoot zijn blik mijn kant op. Wat zou hij denken? Wat zou hem doen besluiten om mij te negeren? Alsof hij mij niet gezien had? Mij niet bewust was? Ben ik dan zoveel allerter dan de gemiddelde mens dat ik me gewoon niet kan voorstellen dat een ander mij echt totaal niet opmerkt? Hij keek me toch een paar keer aan? Hij moet me gezien hebben? Was hij te stom om niet te kunnen voorspellen wat er zou gaan gebeuren? Of Was zijn idee van wat ik zou doen zover van de realiteit af? Mijn linkerhand bereidde zich als vanzelf voor. Mijn lichaam stond op scherp. Dit ging hem meer pijn doen dan mij. Mijn handen beter beschermd door mijn stuur. Mijn snelheid, iets hoger, mijn benen gestaag doortrappend, zoals altijd, vanaf het begin tot het eind, als een goedlopende machine. Niets kon mij nog uit mijn balans brengen. Mijn inschatting van de situatie 100% accuraat. Ik had kunnen bellen, iets zeggen of roepen. Maar daar leerde hij niets van. Ik zou wel wat roepen, dat stond al vast. Maar niet van tevoren. Als een kiai zou ik ‘sorry’ roepen. Oprecht. Zonder sarcasme of zelfgenoegzaamheid. Dit was een les die hard geleerd moest worden. De kracht vloeide door mijn lijf. Verdeelde zich op de situatie die op handen was. Ik fietste door. Mijn stuur raakte de zijne, daartussen zijn hand. Mijn benen trapten door, mijn ‘sorry’ werd opgevolgd door zijn roep. Zijn stuur klapte om, het betonnen scheidingpaaltje ving de rest van zijn fiets op. Geluk voor hem dat hij niet hard fietste. Zijn hand zal wel pijn doen nu. Achter mij hoorde ik het geklette van zijn fiets op de grond. Zijn gevloek. En ik, ik fietste door, zoals altijd, onverstoord, gestaag.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *