Fiets

Het is weer laat. Laat, koud en eenzaam. Eenzaam op de bushalte. In het dorp waar ik vijf jaar lang gewoond heb. Deze bushalte was de eerste plek van het dorp die ik ooit bezocht voordat ik er ging wonen. De eerste plek waar ik dacht dat ik me in zo’n dorp nooit thuis zou voelen. Toch ben ik er gaan wonen. Nu weer sta ik op die zelfde plek, denk weer het zelfde. Nu met nog meer zekerheid. Zekerheid over hoe ik me daar heb gevoeld. Zekerheid dat ik geen dorpsbewoner ben. In ieder geval niet zo’n klein gat als hier. De bus komt op tijd. De bus is warm. De bus vertrekt en neemt me mee. Weg. Weg uit het dorp. Het is laat. Ik ben moe. Ik zit te suffen. Schrik op. Ben ik niet te ver? Ik kijk naar buiten. Staar in het donker. Herken de straat. Gelukkig, nog een paar haltes te gaan. Ik suf weer verder. Staar weer naar buiten. Zie bomen. Lantarenpalen. Bomen. Palen. Een bushalte met mijn fiets. Bomen…. Fiets? Het is weer laat. Laat, koud en eenzaam sta ik op het station. Ik neem de laatste bus naar huis. Mijn fiets? Mijn fiets haal ik morgen ochtend wel weer op.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *