Hoe makkelijk is het de fouten van een ander te benoemen. Een ander zeggen wat ze fout doen. Hoe makkelijk is het ook de schuld daarmee naar de ander te schuiven. Hoeveel makkelijker zou het zijn. Als we onze eigen fouten zouden benoemen. Onze eigen schuld weten te vinden. Waar twee vechten hebben twee schuld. Een gezegde dat mij meermalen door het hoofd heeft geschoten, nu, toen, vaak. Door mijn schuld, door mijn grote schuld, maar wat deed ik dan? Ze heeft het zo vaak geroepen. Ik heb het vaak onderkend. Ik heb mij te vaak verlaten op haar vertrouwen. Zij noemt het gemakszucht. Laf. Onverschillig. Ruggegraatloos. Ook al zie ik het anders, kan ik het anders verklaren, kan ik de neerwaartse spriraal in onze verhouding onderbouwen. Zo ziet zij het. Zo ziet zij mij. Dus zo ben ik ook.