twee koppen groter

Ik zit in de trein, op weg naar een vriend, een verlate verjaarsvisite. Zij zit tegenover, leest in haar boek. We kijken. Spelen een spel. Het spel van het kijken. Het kriebelt, haar ogen, haar lach, mijn gemoed slaat om als een blad, ik hou het bij kijken. De scheiding is nog onzeker, ontneemt in mijn hoofd alle ruimte voor geflirt, alles is onzeker, alles is twijfel. Ze is ook nog jong, zo’n tien jaar jonger als het niet meer is. Als we uitstappen steekt ze twee koppen boven mij uit. Ze haast zich over het perron en ik kijk haar na. De jongste valt onderweg naar de bushalte al in slaap. Altijd zo blij als we grote zus van school op gaan halen maar nooit wakker als we er zijn. Bij de bushalte staat een meisje, twee koppen groter dan ik. Ze kijkt op naar mij, lacht verlegen, ik zeg gedag en lach verlegen weer terug. Het is een jaar geleden, de ontmoeting in de trein, nu staat ze hier op de bus te wachten en kijkt weer naar mij. Nu zie ik haar iedere week, om dezelfde tijd, dezelfde bus. Gisteren voor het laatst, nog even gekeken, nog even verlegen. Nu is het twee weken vakantie, waarschijnlijk heb ik daarna wel een auto. Wie weet over een jaar, kom ik haar weer tegen. Lachen we weer, kijken verlegen.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *